Welk probleem wil je oplossen en op welke oplossing richt jij je?
Naar schatting 95% van het graan in ons brood komt uit het buitenland. Van dat wat we in Nederland telen, vindt maar een heel klein deel zijn weg naar ons brood. En biologisch brood is nog altijd een uitzondering: het aandeel biologisch binnen brood en banket ligt in Nederland rond de 1%.
Ons uitgangspunt is simpel: Nederlandse graan, en zeker biologisch graan, hoort in de eerste plaats op ons bord, niet in de voerbak. Om biologische graanteelt op schaal mogelijk te maken, hebben we een korte keten opgezet die antwoord geeft op de structurele vraag vanuit bakkers op landelijke schaal. We hanteren een bovengemiddelde, beursonafhankelijke prijs voor de boer. Zo vertaalt de vraag naar biologisch brood zich rechtstreeks naar perspectief voor meer biologische graanteelt in Nederland.
Het Nederlandse teeltklimaat is geschikt gebleken voor biologisch bakgraan. Graan is bovendien een belangrijk rustgewas in het bouwplan van akkerbouwers. Ons biologische graan wordt door onze aangesloten boeren geteeld zonder kunstmest en pestiden.
Juist brood biedt de kans om op grote op schaal klimaatimpact te maken. Brood is een alledaags basisproduct dat vrijwel iedereen eet. Een verandering in brood bereikt daarmee direct een groot deel van de Nederlandse bevolking. Door biologisch graan van Nederlandse bodem op grote schaal in brood te verwerken, maken we verduurzaming onderdeel van het dagelijks eetpatroon – en niet alleen van een niche.
Op welke wijze draagt dit bij aan de circulaire transitie?
Biologisch graan van Nederlandse bodem dat geschikt is voor menselijke consumptie komt nu nog grotendeels als anonieme grondstof in veevoer terecht. Tegelijkertijd halen we veel hoogwaardig graan voor brood uit het buitenland en worden dagelijks honderdduizenden broden te veel gebakken die uiteindelijk eveneens als veevoer eindigen. Zo benutten we Nederlandse voedselwaardige grondstoffen niet optimaal, terwijl we voor brood afhankelijk blijven van graan uit het buitenland.
Het Graanschap draait die volgorde om. Graan dat geschikt is voor menselijke consumptie krijgt in de eerste plaats een bestemming als voedsel voor mensen. Door het graan transparant en herkenbaar door de hele keten te organiseren, voegen we waarde toe vanaf het land tot aan het brood. Zo werken boeren, opslag, molen en bakker samen aan een keten waarin voedselwaardige grondstoffen zo hoogwaardig mogelijk worden benut en verspilling zoveel mogelijk wordt voorkomen.
Welke impact verwacht je dat dit project zal hebben?
Onze ambitie is om biologisch brood van Nederlands graan van niche naar norm te brengen. Dat doen we niet via een speciaal duurzaam product voor een kleine doelgroep, maar via ons dagelijkse brood. Van ons graan wordt nu al biologisch desembrood gemaakt dat landelijk verkrijgbaar tot in de supermarkt en door schaal betaalbaar is voor veel Nederlanders.
Daar zit het vliegwiel: meer vraag naar lokaal, biologisch brood creëert meer vraag naar biologisch graan uit Nederland. Daardoor kunnen meer boeren aansluiten en meer hectares biologisch worden geteeld. Zo kan de klimaatwinst van één kilo graan worden opgeschaald naar een structurele verandering van een grote voedselketen.
Waar sta je op dit moment? Welke impact heb je al gerealiseerd?
We begonnen zes jaar geleden met 5 hectare biologische tarwe op Schokland. Inmiddels wordt op bijna 500 hectare verspreid over Nederland voor Het Graanschap geteeld. Met circa 3.000 ton biologische tarwe vertegenwoordigen we ongeveer 60% van het Nederlandse areaal biologische zomertarwe.
Van dit graan wordt op landelijke schaal biologisch desembrood gebakken, onder andere voor de grootste supermarkt van Nederland.
Ook de milieu-impact is inmiddels bekend. Onze driejarige LCA, uitgevoerd door een afhankelijk partij, komt uit op gemiddeld 0,39 kg CO₂-eq per kg tarwe: ruim 40% lager dan de benchmark voor gangbare tarwe. De ecotoxiciteitsimpact ligt 85% lager.
We hebben daarnaast geïnvesteerd in opslagcapaciteit voor duizenden tonnen graan. Daarmee zijn we de pilotfase voorbij: de teelt, markt en infrastructuur staan en kunnen verder worden opgeschaald.
Waar zit volgens jou de innovatie van je project?
De innovatie zit in het economische model waarmee we klimaatvriendelijker graan van niche naar massamarkt kunnen brengen.
We zijn uniek in de manier waarop de prijs van onze meel en bloem tot stand komen. Deze koppelen we namelijk niet aan de beurs. De boer weet vooraf welke prijs hij voor zijn graan krijgt. Die prijs is gebaseerd op de werkelijke kosten en een evenredige verdeling van de waarde in de keten. Daardoor houdt de boer meer over aan zijn graan en heeft hij zekerheid over prijs en afzet.
Iedere volgende schakel voegt waarde toe. De tarwe wordt verwerkt tot meel en bloem en de bakker maakt er smaakvol brood dat consumenten meer waar is, met bijvoorbeeld minder toevoegingen en/of een langzamer proces. Door dit op grote schaal te doen, kan dit brood tegelijkertijd betaalbaar blijven. Zo hoeft verduurzaming niet door één partij te worden betaald. Boer, verwerker, bakker en consument hebben op deze manier allemaal belang bij een waardevoller eindproduct.
Dat dit model schaalbaar is, hebben we inmiddels bewezen: van 5 naar bijna 500 hectare in zes jaar tijd.
Waar ga je het geld voor gebruiken?
Voor de volgende schaalsprong moeten we de capaciteit aan de achterkant van de keten vergroten. Meer biologische zomertarwe vraagt om meer opslag- en maalcapaciteit.
We willen het prijzengeld daarom investeren in uitbreiding van de capaciteit om graan op te slaan en te verwerken tot meel en bloem.
Zo kunnen meer boeren aansluiten en kunnen we nog meer biologisch Nederlands graan verwerken, zonder de keten aan de voorkant complexer te maken. Daarmee bouwen we de infrastructuur die nodig is om biologisch brood van Nederlandse bodem op steeds grotere schaal beschikbaar, rendabel en betaalbaar te maken.