Inzendingen

Wad van Waarde

Wad van Waarde werkt aan een toekomst waarin we producten weer maken van natuurlijke, hernieuwbare grondstoffen uit onze eigen omgeving, in plaats van fossiele grondstoffen en plastics. We gebruiken het UNESCO Waddengebied als living lab: een uniek maar kwetsbaar gebied waarin landbouw, natuur, economie en leefbaarheid nauw met elkaar verbonden zijn. Hier bouwen we nieuwe regionale waardeketens waarin boeren, verwerkers, makers, ontwerpers, bedrijven, kennisinstellingen en overheden gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen. Een belangrijk voorbeeld is vlas. Dit gewas hoorde eeuwenlang bij Noord-Nederland, maar verdween vrijwel volledig. Wij hebben de teelt teruggebracht en bouwen opnieuw de keten van vlas tot linnen en andere biobased toepassingen op. Daarbij gaat het ons niet alleen om een ander materiaal. We willen laten zien dat een andere economie mogelijk is: met toekomstperspectief voor boeren, meer biodiversiteit, gezonde materialen, minder fossiele grondstoffen en zo min mogelijk schadelijke stoffen voor mens en natuur.

Thema

Welk probleem wil je oplossen en op welke oplossing richt jij je?

Onze economie is sterk afhankelijk geworden van fossiele grondstoffen en fossiele plastics. Productieketens zijn lang en ondoorzichtig, boeren staan economisch onder druk en steeds meer plastic valt uiteen in micro- en nanoplastics die terechtkomen in bodem, water, voedselketens en uiteindelijk ook in mens en dier. Uit onderzoek blijkt dat 35% van de microplastics komt van textiel, kleding, gordijnen, vlaggen en meer. Tegelijkertijd zijn natuurlijke grondstoffen, regionale productieketens en veel bijbehorende kennis in enkele generaties uit Nederland verdwenen. Wad van Waarde keert dit proces om. We beginnen niet bij het product, maar bij het landschap: wat kan hier groeien en wat kunnen we daarvan maken? Vlas is daarvan een goed voorbeeld. Het levert vezels voor linnen textiel, interieur- en bouwmaterialen, lijnzaad voor olie en verschillende reststromen die opnieuw als grondstof kunnen worden gebruikt. Bovendien past vlas goed in de wisselteelt van akkerbouwers die voedselgewassen verbouwen. Het biedt daarmee een extra verdienmogelijkheid zonder voedselproductie uit te sluiten. We zien in de praktijk dat aardappelen die na vlas worden geteeld tot circa 20% meer opbrengst kunnen geven. Tegelijkertijd draagt een extra gewas in het bouwplan bij aan gewasdiversiteit en biodiversiteit. Zo verbinden we landbouwtransitie, klimaat, biodiversiteit en materiaaltransitie in één regionale waardeketen.

Op welke wijze draagt dit bij aan de circulaire transitie?

Wad van Waarde gaat een stap verder dan het recyclen van afval. We proberen aan de voorkant te voorkomen dat materialen worden gebruikt die honderden jaren in ons ecosysteem achterblijven. We bouwen waardeketens rond jaarlijks hernieuwbare natuurlijke grondstoffen en ontwerpen producten voor veelvuldig gebruik en uiteindelijk veilige terugkeer naar natuurlijke kringlopen. Door de biobased economie te stimuleren, pakken we daarmee tegelijkertijd twee grote vraagstukken aan: we verminderen onze afhankelijkheid van fossiele grondstoffen én voorkomen nieuwe bronnen van microplasticvervuiling. Maar circulariteit gaat voor ons ook over de manier waarop economische waarde wordt verdeeld. Daarom brengen we de hele keten aan tafel: van boer tot producent en van ontwerper tot opdrachtgever. We onderzoeken hoe niet alleen het eindproduct waarde krijgt, maar ook de boer, de bodem, biodiversiteit en de regio waarin de grondstof ontstaat. We bewegen daarmee van alleen een verdienmodel naar een verdeelmodel.

Welke impact verwacht je dat dit project zal hebben?

Onze ambitie is dat het UNESCO Waddengebied een living lab en voorbeeldregio voor een nieuwe biobased economie wordt. Een regio waarin boeren een toekomstperspectief krijgen door naast voedsel ook hernieuwbare grondstoffen te telen. Waar meer verschillende gewassen bijdragen aan een robuuster landbouwsysteem en biodiversiteit. En waar bedrijven lokale natuurlijke grondstoffen gebruiken voor textiel, interieur, bouwmaterialen en andere producten die nu veelal uit fossiele kunststoffen bestaan. Iedere hectare vlas betekent dat er een hernieuwbare grondstof groeit die tijdens de groei CO₂ opneemt en waarmee fossiele materialen kunnen worden vervangen. Daar komt een tweede effect bij: wanneer we synthetische materialen vervangen door natuurlijke alternatieven, voorkomen we nieuwe microplasticvervuiling en verminderen we de blootstelling van mens en natuur aan plastics en de stoffen die daarmee samenhangen. Maar onze grootste potentiële impact zit in repliceerbaarheid. We willen niet alleen producten ontwikkelen, maar een systeem dat anderen kunnen gebruiken: kijk wat lokaal kan groeien, verbind de benodigde partijen, ontwikkel samen producten en creëer vervolgens een markt die de hele waardeketen in stand houdt. Als dat in het Waddengebied lukt, kan dezelfde aanpak ook in andere regio’s worden toegepast.

Waar sta je op dit moment? Welke impact heb je al gerealiseerd?

Wad van Waarde is begonnen als experiment en inmiddels uitgegroeid tot een werkende regionale waardeketen. In 2021 startten we met 2 hectare vlas in Noordoost-Friesland. In 2026 wordt 113 hectare vlas geteeld in Friesland en Groningen. Er is niet alleen areaal bijgekomen. Boeren investeren inmiddels zelf in machines, er worden nieuwe mensen opgeleid met kennis van vlasteelt en -oogst en rond de grondstof is een netwerk ontstaan van telers, vezelverwerkers, spinnerijen, weverijen, ontwerpers, producenten, projectinrichters, kennisinstellingen en opdrachtgevers. Uit deze keten komen inmiddels concrete producten voort: van linnen kleding en tassen tot interieurtextiel, bouwmaterialen en het plasticvrije WadGordijn. Ook in het onderwijs is de aanpak inmiddels verankerd. Het Keuzedeel dat we in 2020 voor Firda en NHL Stenden ontwikkelden, wordt inmiddels jaarlijks herhaald. MBO en HBO werken daarbij samen aan de ontwikkeling van een biobased textielhub. Ook heeft de opleiding Industrieel Product Ontwerp van de Hanze biobased textiel als materiaal opgenomen in het curriculum. Daarmee ontstaat niet alleen een nieuwe keten voor vandaag, maar ook kennis en vakmanschap voor de volgende generatie ontwerpers en makers. Daarnaast zien we effecten in de landbouw. Vlas vormt een waardevol wisselgewas binnen de akkerbouw, vergroot de gewasdiversiteit en kan een positieve invloed hebben op het volgende voedselgewas. In onze praktijk zien we bij aardappelen na vlas opbrengststijgingen tot circa 20%. Misschien is de belangrijkste impact dat anderen de aanpak zijn gaan herkennen en overnemen. Reacties die we regelmatig krijgen zijn: “Wat hoopvol!” “Jullie betrekken de hele keten, dat maakt het bijzonder.” “Jullie voorbeeld geeft ons inspiratie voor ons beleid.” De aanpak heeft inmiddels ook geleid tot een volgende schaalstap. Vanuit de ervaringen met Wad van Waarde is Wad gaat Om ontstaan: een veel breder programma waarin wordt gewerkt aan het terugdringen van plasticvervuiling in het Waddengebied, een kopieerbare systeemaanpak en een Waddenstandaard. Daarmee laat Wad van Waarde impact zien op meerdere niveaus tegelijk: landbouw, producten, onderwijs, beleid, regionale economie en systeemverandering.

Waar zit volgens jou de innovatie van je project?

De belangrijkste innovatie is niet het vlas, het linnen of één specifiek product. De innovatie is de manier waarop we een nieuw systeem bouwen. Veel duurzame innovatie begint bij een bestaand product: hoe kunnen we dit product iets minder schadelijk maken? Wad van Waarde draait die vraag om. We beginnen bij wat een gebied van nature kan voortbrengen. Vervolgens brengen we alle partijen bij elkaar die nodig zijn om van die grondstof een werkende economie te maken. Daarbij combineren we oude kennis met nieuwe technologie. Vlas floreerde eeuwenlang in Noord-Nederland. We halen die kennis terug, maar combineren deze met hedendaagse ontwerp- en productietechnieken en nieuwe toepassingen. Onze manier van werken vatten we samen als: één stap terug om te leren, twee stappen vooruit om te innoveren. Het UNESCO Waddengebied biedt daarvoor een bijzondere proeftuin. Wat hier gebeurt is zichtbaar, tastbaar en schaalbaar: van een plant op het land tot een gordijn in een overheidsgebouw. De volgende innovatie is dat we deze praktijkervaring nu vertalen naar een Waddenstandaard en een kopieerbare systeemaanpak. Wad gaat Om werkt verder aan een standaard die laat zien hoe het wél kan: minder plastic, meer hernieuwbare natuurlijke materialen, veelvuldig gebruik en aandacht voor wat materialen uiteindelijk doen in mens en natuur. De ontwikkeling van een kopieerbare systeemaanpak en Waddenstandaard zijn expliciet onderdeel van het programma.

Waar ga je het geld voor gebruiken?

Met de €25.000 willen we de volgende stap zetten: aantonen hoe een regionale biobased waardeketen niet alleen ecologische en economische waarde creëert, maar ook maatschappelijke en gezondheidswaarde. We willen de werkelijke waarde van de vlasketen beter meetbaar maken: klimaatimpact, bodemkwaliteit, biodiversiteit, vermindering van fossiele grondstoffen en microplastics, gezondheidseffecten voor mens en natuur én het economische toekomstperspectief voor de boer. Daarbij willen we zichtbaar maken dat de keuze voor natuurlijke, hernieuwbare materialen meerdere effecten tegelijk heeft. Minder synthetische materialen betekent niet alleen minder afhankelijkheid van fossiele grondstoffen en minder microplasticvervuiling, maar kan ook bijdragen aan een gezondere leefomgeving doordat mens en natuur minder worden blootgesteld aan moeilijk afbreekbare plastics en de chemische stoffen die daarin kunnen voorkomen. Tegelijkertijd willen we verder ontwikkelen hoe die waarde eerlijk over de keten kan worden verdeeld. Want opschaling lukt alleen wanneer ook degene die aan het begin van de keten staat — de boer die de grondstof teelt en risico neemt — voldoende perspectief krijgt. Met het prijzengeld willen we deze inzichten vertalen naar een praktisch en overdraagbaar model waarmee nieuwe opdrachtgevers, overheden en ondernemers kunnen instappen en waarmee ook andere regio’s een lokale biobased waardeketen kunnen opbouwen. Zo wordt werkelijke waarde breder dan alleen euro’s of CO₂: het gaat ook om bodem, biodiversiteit, gezondheid, regionale veerkracht en toekomstperspectief.