Welk probleem wil je oplossen en op welke oplossing richt jij je?
De meeste klimaatimpact ontstaat voordat een product überhaupt afval wordt: tijdens de winning van grondstoffen, productie, transport en verkoop. Toch richten veel campagnes zich nog op afvalscheiding of recycling, terwijl de grootste winst juist te behalen is door consumptie te voorkomen.
Week Zonder Afval verlegt daarom de aandacht van de achterkant naar de voorkant van de keten. We helpen mensen om minder nieuwe spullen te kopen, producten langer te gebruiken, te repareren, te delen en tweedehands te kiezen. Daarmee voorkomen we niet alleen afval, maar vooral de vraag naar nieuwe grondstoffen en de CO₂-uitstoot die daarmee gepaard gaat.
Onze aanpak is positief en praktisch. In plaats van mensen te vertellen wat ze niet mogen doen, laten we zien hoe leuk, gemakkelijk en inspirerend het is om anders te consumeren. Zo maken we duurzaam gedrag toegankelijk voor een breed publiek.
Op welke wijze draagt dit bij aan de circulaire transitie?
Een circulaire economie vraagt niet alleen om circulaire producten, maar ook om een andere manier van consumeren. Daarom richt Week Zonder Afval zich op de hoogste treden van de R-ladder: Refuse, Reduce, Reuse en Repair.
Wij bouwen aan een cultuur waarin het normaal wordt om eerst te repareren, te delen of tweedehands te kiezen voordat iets nieuws wordt gekocht. Daarmee voorkomen we grondstoffengebruik, verlengen we de levensduur van producten en verminderen we de vraag naar nieuwe productie.
Onze kracht is dat we deze omslag niet alleen zelf organiseren. Week Zonder Afval is een landelijk platform waarop gemeenten, bedrijven, bibliotheken, Repair Cafés, kringloopwinkels, scholen en maatschappelijke organisaties samen optrekken. Zo ontstaat een groeiende beweging die de circulaire economie zichtbaar en lokaal beleefbaar maakt.
Welke impact verwacht je dat dit project zal hebben?
Met de volgende editie van Week Zonder Afval willen we de beweging verder laten groeien en nog meer mensen laten ervaren dat consumptievermindering een positieve keuze is.
Door meer gemeenten, partners en lokale initiatiefnemers aan te laten sluiten, verwachten we dat duizenden extra Nederlanders in aanraking komen met circulaire alternatieven zoals repareren, tweedehands, delen en voedselverspilling voorkomen. Niet alleen tijdens de campagneweek, maar ook daarna, doordat deelnemers via onze community en communicatie geïnspireerd blijven.
Onze ambitie is groter dan een succesvolle campagneweek. We willen bijdragen aan een blijvende cultuurverandering waarin minder consumeren steeds vanzelfsprekender wordt en daarmee structureel leidt tot minder grondstoffengebruik, minder CO₂-uitstoot en minder afval.
NB. Desgewenst kunnen we de impactrapportage sturen van de WZA die we dit jaar hebben gerealiseerd, incl. de learnings.
Waar sta je op dit moment? Welke impact heb je al gerealiseerd?
Drie jaar geleden hebben we de Week Zonder Afval overgenomen van MilieuCentraal. De WZA heeft zich in korte tijd ontwikkeld tot de grootste landelijke campagne voor afvalpreventie en consumptievermindering in Nederland. In 2026 organiseerden meer dan 100 partners samen 222 activiteiten verspreid over het hele land. De campagne bereikte via landelijke media 13,9 miljoen mensen, trok ruim 34.000 bezoekers naar de website en genereerde meer dan 1,25 miljoen weergaven op social media. Bijna 11.000 mensen deden mee aan de Week Zonder Afval Quiz, waarvan ruim 2.270 zich aansloten bij onze nieuwsbrief om ook na de campagne geïnspireerd te blijven.
Nog belangrijker dan deze cijfers is de beweging die is ontstaan. Gemeenten, bedrijven, maatschappelijke organisaties en inwoners nemen steeds vaker zelf initiatief en gebruiken Week Zonder Afval als podium om circulaire activiteiten zichtbaar te maken. Daarmee groeit de campagne ieder jaar verder uit tot een landelijk netwerk dat consumptievermindering en afvalpreventie samen op de kaart zet.
Waar zit volgens jou de innovatie van je project?
De innovatie van Week Zonder Afval zit niet in een nieuw product of een nieuwe technologie, maar in een nieuwe manier om maatschappelijke verandering te organiseren.
In plaats van zelf alle activiteiten uit te voeren, bouwen wij aan een open platform waarop honderden organisaties kunnen aanhaken. Wij leveren de gezamenlijke campagne, communicatie, thema’s, kennis en inspiratie; gemeenten, ondernemers, vrijwilligers en maatschappelijke organisaties geven daar lokaal invulling aan. Hierdoor groeit de impact ieder jaar verder zonder dat de campagne volledig afhankelijk is van één organisatie.
Daarnaast vernieuwen we het gesprek over afval en circulariteit. Waar veel initiatieven zich richten op afval opruimen, recyclen en verwerken, laten wij zien dat de grootste klimaatwinst ontstaat door minder nieuwe grondstoffen nodig te hebben. Daarmee verbinden we klimaat, circulariteit en gedragsverandering op een vernieuwende manier.
Waar ga je het geld voor gebruiken?
Met het prijzengeld willen we de volgende stap zetten: van een succesvolle landelijke campagne naar een beweging die een nog groter deel van Nederland bereikt.
We investeren in een krachtige PR- en mediastrategie om de boodschap van consumptievermindering veel zichtbaarder te maken in landelijke media. Zo bereiken we ook mensen die nu nog niet vanzelfsprekend met duurzaamheid bezig zijn.
Daarnaast willen we een grootschalige publieksactivatie realiseren in samenwerking met de NS. Daarmee brengen we de boodschap letterlijk naar honderdduizenden reizigers en maken we circulaire keuzes zichtbaar op een plek waar dagelijks een groot en divers publiek samenkomt.
Ook investeren we in het versterken van de gemeenschap rondom Week Zonder Afval. We willen deelnemers niet alleen inspireren tijdens de campagneweek, maar ook met elkaar verbinden, zodat duurzame keuzes elkaar versterken en leiden tot blijvende gedragsverandering. Thema’s als **Gelukkig met Genoeg** krijgen daarbij een prominentere plek, omdat juist consumptievermindering aan de basis staat van een circulaire en klimaatvriendelijke samenleving.
Zo vergroten we niet alleen het bereik van de campagne, maar bouwen we aan een blijvende beweging waarin minder consumeren, langer gebruiken en slimmer omgaan met grondstoffen steeds normaler wordt.