Welk probleem wil je oplossen en op welke oplossing richt jij je?
Dorps- en buurthuizen hebben de afgelopen jaren grote stappen gezet in verduurzaming. Op veel locaties zijn zonnepanelen geplaatst, gebouwen zijn beter geïsoleerd en het energieverbruik is teruggedrongen. Daarmee zijn belangrijke stappen gezet richting een duurzamere toekomst.
Tegelijkertijd ontstaat er een nieuw probleem. Zonnepanelen wekken vooral energie op overdag en in de zomer, terwijl veel dorpshuizen juist in de avonduren worden gebruikt en de energievraag in de herfst en winter het hoogst is. Hierdoor ontstaat een mismatch tussen opwek en verbruik. Een groot deel van de duurzaam opgewekte energie is beschikbaar op momenten dat deze niet nodig is, terwijl op de momenten dat de energievraag hoog is nog steeds energie van het net of aardgas nodig is. Dit knelpunt wordt ook door dorpshuizen zelf genoemd als belangrijke uitdaging voor verdere verduurzaming.
De afschaffing van de salderingsregeling maakt deze situatie nog urgenter. Waar overtollige zonnestroom nu nog financieel verrekend kan worden, wordt het steeds belangrijker om energie direct te gebruiken, op te slaan of op andere momenten op te wekken. Juist maatschappelijke voorzieningen zoals dorps- en buurthuizen zijn hierdoor kwetsbaar, omdat hun gebruikspatroon vaak niet aansluit op het productieprofiel van zonnepanelen.
Daar komt bij dat dorpshuizen een steeds belangrijkere maatschappelijke rol krijgen. Ze zijn niet alleen ontmoetingsplekken voor inwoners en verenigingen, maar worden ook steeds vaker genoemd als mogelijke noodsteunpunten bij langdurige stroomuitval, extreem weer of andere crises. Dat vraagt om gebouwen die niet alleen duurzaam zijn, maar ook beschikken over een robuuste en betrouwbare energievoorziening.
Mijn initiatief richt zich daarom op het onderzoeken en stimuleren van een nieuwe generatie kleinschalige windenergie als aanvulling op bestaande zonnepanelen. Compacte micro-windturbines kunnen juist in de herfst- en wintermaanden energie leveren, wanneer zonnepanelen minder produceren en de energievraag hoger is. In combinatie met energieopslag en slimme energiesturing ontstaat een energiesysteem dat beter aansluit op het daadwerkelijke gebruik van dorps- en buurthuizen gedurende het hele jaar.
Voor zonnepanelen, batterijen en andere verduurzamingsmaatregelen bestaan inmiddels diverse stimuleringsregelingen en financieringsmogelijkheden. Voor deze aanvulling op het energiesysteem ontbreekt die ondersteuning nog grotendeels. Daarom wil ik onderzoeken hoe de provincie Drenthe deze ontwikkeling kan stimuleren via pilots, kennisontwikkeling en passende ondersteuning.
Zo helpen we dorps- en buurthuizen om minder afhankelijk te worden van fossiele energie, beter voorbereid te zijn op een toekomst zonder salderingsregeling en hun maatschappelijke functie ook op de lange termijn te behouden.
Op welke wijze draagt dit bij aan de circulaire transitie?
Dit initiatief draagt bij aan de circulaire transitie door bestaande maatschappelijke gebouwen langer, efficiënter en toekomstbestendig te benutten. In plaats van te investeren in nieuwe gebouwen, richten we ons op het versterken van bestaande dorps- en buurthuizen zodat zij hun maatschappelijke functie ook in de toekomst kunnen blijven vervullen. Daarmee verlengen we de levensduur van bestaand vastgoed en voorkomen we onnodige vervanging of nieuwbouw.
Daarnaast stimuleert het initiatief een efficiënter gebruik van lokaal opgewekte energie. Door zonne-energie aan te vullen met kleinschalige windenergie, energieopslag en slimme energiesturing wordt een groter deel van de lokaal geproduceerde duurzame energie daadwerkelijk benut. Daarmee gaan minder duurzame energieopbrengsten verloren en wordt efficiënter omgegaan met beschikbare middelen en infrastructuur.
Ook draagt het initiatief bij aan een meer lokale en veerkrachtige energievoorziening. Energie wordt zoveel mogelijk opgewekt op de plek waar deze wordt gebruikt. Hierdoor neemt de afhankelijkheid van externe grondstoffen, fossiele brandstoffen en centrale energiesystemen af.
Tot slot stimuleert het project het collectief ontwikkelen en delen van kennis, ervaringen en oplossingen tussen dorpshuizen. Door gezamenlijk te leren, te experimenteren en succesvolle toepassingen schaalbaar te maken, ontstaat een aanpak waarbij bestaande middelen en inzichten maximaal worden benut.
Zo draagt het initiatief niet alleen bij aan de energietransitie, maar ook aan een circulaire samenleving waarin we zuiniger omgaan met gebouwen, energie en maatschappelijke voorzieningen.
Welke impact verwacht je dat dit project zal hebben?
Ik verwacht dat dit project impact heeft op meerdere niveaus. Allereerst draagt het bij aan de verdere verduurzaming van dorps- en buurthuizen. Door kleinschalige windenergie te combineren met bestaande zonnepanelen, energieopslag en slimme energiesturing kunnen maatschappelijke gebouwen hun duurzame energieproductie beter spreiden over het jaar. Hierdoor wordt een groter deel van de opgewekte energie daadwerkelijk benut en neemt de afhankelijkheid van fossiele energie verder af.
Daarnaast verwacht ik een belangrijke economische impact. Uit onderzoek onder Drentse dorps- en buurthuizen blijkt dat het beheersbaar houden van energiekosten de belangrijkste reden is om te verduurzamen. Door beter aan te sluiten op het eigen energiegebruik en minder afhankelijk te worden van schommelende energieprijzen, ontstaat meer financiële ruimte voor de maatschappelijke activiteiten waarvoor deze gebouwen bedoeld zijn.
De maatschappelijke impact is mogelijk nog groter. Dorps- en buurthuizen vervullen een belangrijke rol als ontmoetingsplek, thuisbasis voor verenigingen en centrum van sociale activiteiten. Door deze gebouwen toekomstbestendiger te maken, dragen we direct bij aan de leefbaarheid van dorpen en het behoud van voorzieningen die voor veel inwoners van grote waarde zijn.
Ook verwacht ik een belangrijke bijdrage aan de weerbaarheid van gemeenschappen. In het kader van de groeiende aandacht voor noodsteunpunten en crisisbestendigheid kunnen dorpshuizen een steeds belangrijkere rol vervullen tijdens langdurige stroomuitval, extreem weer of andere calamiteiten. Een gebouw dat zelf duurzame energie kan opwekken en opslaan, is beter in staat om zijn maatschappelijke functie te blijven vervullen wanneer dat er echt toe doet.
Tot slot verwacht ik dat het project een voorbeeldfunctie krijgt voor maatschappelijk vastgoed in heel Nederland. Wanneer we kunnen aantonen dat deze aanpak werkt voor dorps- en buurthuizen, ontstaat een schaalbaar model dat ook toepasbaar is op sportaccommodaties, wijkcentra, culturele voorzieningen, kerken en andere maatschappelijke gebouwen. Daarmee kan de impact van dit initiatief uiteindelijk veel verder reiken dan Drenthe alleen.
Waar sta je op dit moment? Welke impact heb je al gerealiseerd?
De afgelopen jaren hebben wij binnen het Ontzorgingsprogramma Verduurzaming Maatschappelijk Vastgoed intensief samengewerkt met dorps- en buurthuizen in Drenthe. Hierdoor is een groot netwerk ontstaan van maatschappelijke organisaties die actief bezig zijn met verduurzaming en toekomstbestendigheid.
Om beter inzicht te krijgen in de kansen en uitdagingen van deze doelgroep hebben wij in 2026 een onafhankelijk onderzoek laten uitvoeren door de Hanzehogeschool Groningen naar de verduurzaming van Drentse dorps- en buurthuizen. Hierin zijn 212 dorps- en buurthuizen in beeld gebracht en zijn besturen bevraagd over hun ervaringen, motivaties en belemmeringen bij verduurzaming. Het onderzoek laat zien dat veel dorpshuizen al stappen hebben gezet met onder andere zonnepanelen, isolatie en ledverlichting, maar ook dat zij tegen nieuwe uitdagingen aanlopen rondom financiering, energiegebruik, de afbouw van de salderingsregeling en de mismatch tussen energieopwekking en energieverbruik.
Een belangrijke opbrengst van dit onderzoek is dat verduurzaming niet alleen draait om energiebesparing, maar direct verbonden is met de leefbaarheid van dorpen. Besturen geven aan dat het beheersbaar houden van energiekosten essentieel is voor het voortbestaan van hun maatschappelijke functie. Daarnaast wordt het dorpshuis steeds vaker gezien als een mogelijke locatie voor een noodsteunpunt of andere vormen van maatschappelijke ondersteuning tijdens calamiteiten.
Op basis van deze inzichten zetten we nu de volgende stap. Op korte termijn start aanvullend onderzoek naar de gevolgen van het afschaffen van de salderingsregeling voor dorps- en buurthuizen en sportverenigingen in Drenthe. Daarbij onderzoeken we hoe deze organisaties zich kunnen aanpassen aan een energiesysteem waarin het steeds belangrijker wordt om energie direct te gebruiken, op te slaan of op andere momenten op te wekken.
De impact die we tot nu toe hebben gerealiseerd zit daarom vooral in kennisontwikkeling, bewustwording en het creëren van een stevig inhoudelijk fundament. We hebben inzichtelijk gemaakt waar de grootste uitdagingen liggen, welke kansen er zijn voor verdere verduurzaming en waarom aanvullende oplossingen nodig zijn om maatschappelijke gebouwen ook op de lange termijn betaalbaar, duurzaam en toekomstbestendig te houden. De volgende fase is het ontwikkelen en testen van innovatieve oplossingen die deze uitdagingen daadwerkelijk kunnen aanpakken.
Waar zit volgens jou de innovatie van je project?
De innovatie van dit project zit in het verbinden van verschillende maatschappelijke opgaven in één integrale aanpak. Waar verduurzaming van maatschappelijk vastgoed vaak wordt benaderd als een verzameling losse maatregelen, kijkt dit project naar het energiesysteem als geheel en naar de rol die maatschappelijke gebouwen daarin kunnen spelen.
Daarbij onderzoeken we hoe kleinschalige windenergie, zonne-energie, energieopslag en slim energiemanagement elkaar kunnen versterken. Niet als afzonderlijke oplossingen, maar als onderdelen van één toekomstbestendig energiesysteem voor dorps- en buurthuizen. Juist die combinatie biedt kansen om duurzame energie beter over het jaar te verdelen en lokaal te benutten.
Daarnaast is het project vernieuwend doordat het zich richt op een doelgroep die vaak buiten beeld blijft bij energietechnologische innovaties. Dorps- en buurthuizen beschikken zelden over de tijd, kennis of financiële ruimte om zelf te experimenteren met nieuwe technieken. Door kennisontwikkeling, pilots en ondersteuning te combineren, maken we innovatie toegankelijk voor organisaties die normaal gesproken niet als eerste van nieuwe ontwikkelingen profiteren.
Ook op beleidsmatig niveau is het project innovatief. Voor veel bestaande verduurzamingsmaatregelen zijn al regelingen en financieringsinstrumenten beschikbaar. Dit project onderzoekt hoe nieuwe vormen van lokale energieopwekking een plek kunnen krijgen binnen de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed en welke ondersteuning daarvoor nodig is.
De innovatie zit voor mij daarom niet in één product of techniek, maar in een nieuwe aanpak waarin duurzaamheid, energievoorziening, leefbaarheid en toekomstbestendigheid samenkomen. Een aanpak die, als deze succesvol blijkt, opschaalbaar is naar duizenden maatschappelijke gebouwen in Nederland.
Waar ga je het geld voor gebruiken?
Met het prijzengeld wil ik een provinciale pilot opzetten waarin tien dorps- en buurthuizen de kans krijgen om voorop te lopen in de volgende stap van de energietransitie. Daarbij staat de vraag centraal hoe maatschappelijke voorzieningen zich kunnen voorbereiden op een toekomst zonder salderingsregeling, met meer lokale energieopwekking, energieopslag en een grotere mate van zelfredzaamheid.
Dorps- en buurthuizen kunnen zich aanmelden voor de pilot door middel van een live pitch. Tijdens deze pitch presenteren zij hun ambitie, uitdagingen en visie op verduurzaming en toekomstbestendigheid. Een onafhankelijke vakjury selecteert vervolgens tien locaties die deelnemen aan het traject. Op deze manier ontstaat niet alleen een technische pilot, maar ook een beweging van betrokken en gemotiveerde dorpshuizen die als voorbeeld kunnen dienen voor anderen.
Ik wil het prijzengeld vooral gebruiken om van idee naar praktijk te gaan. Niet door dikke rapporten te schrijven, maar door samen met tien geselecteerde dorps- en buurthuizen daadwerkelijk de eerste pilots te realiseren. Door de toepassing van kleinschalige windenergie in de praktijk te testen en te monitoren, ontstaat waardevolle kennis over techniek, opbrengst, draagvlak en financiële haalbaarheid. Die kennis vormt vervolgens de basis voor een aanpak die ook op andere locaties kan worden toegepast.
Daarnaast wil ik de resultaten actief delen met andere dorps- en buurthuizen, gemeenten, energiecoöperaties en maatschappelijke organisaties. De lessen uit de pilot worden vertaald naar een praktische aanpak waarmee ook andere locaties aan de slag kunnen.
Mijn doel is niet om slechts tien dorpshuizen te helpen, maar om een bewezen en schaalbaar model te ontwikkelen waarmee maatschappelijk vastgoed in heel Nederland duurzamer, toekomstbestendiger en weerbaarder kan worden. De Nationale Klimaat Prijs kan daarmee de aanjager zijn van een beweging die veel verder reikt dan de tien pilotlocaties zelf.